Historie

Naastenliefde en barmhartigheid. Dat waren in de vijftiende eeuw voor Willem Arntsz de motieven om een ‘dolhuys’ op te richten. Hij besprak zijn wens met de broeders van het Sint Barbara- en het Sint Barholomeusgasthuis. Na zijn overlijden namen zij de taak op zich om met zijn erfenis een ‘gasthuys voir die dulle lude’ te stichten op de hoek van de Lange Nieuwstraat en de Agnietenstraat in de binnenstad van Utrecht.

Op 26 januari 1461 vaardigde het stadsbestuur officieel de fundatiebrief van de stichting Willem Arntsz uit, ‘ tot behoeff ende tot profijt den armen, ellendighen, dollen ende rasenden menschen’. Opname was in die tijd aan strikte regels gebonden. Om in aanmerking te komen voor een plaatsje moest iemand ‘volslagen dol’ zijn, ingezetene van de stad Utrecht en armlastig.

Ketters

Een bijzondere ontwikkeling, als je bedenkt dat ‘krankzinnigen’ in de Middeleeuwen werden beschouwd als ketters die van de duivel bezeten waren. De pausen ontketenden een ware heksenjacht, die velen het leven kostte. Pas in de loop van de zeventiende eeuw nam deze vervolging af en ontstonden er andere opvattingen over de oorzaak van geestesziekten.

In het Utrechtse dolhuys stonden met stro gevulde kribben waarin de razenden met boeien konden worden vastgeketend. De behandeling zag er in die begindagen anders uit dan nu. Zij kregen smeersels, drankjes, aderlatingen, niespoeder of braakmiddel. Hielp dat allemaal niet, dan ging men over tot wurging. Door het zuurstofgebrek zou de duivel immers wel naar buiten moeten komen… Pas in 1625 werd de eerste academisch opgeleide medicus aan het Willem Arntsz Huis verbonden.

Wetenschap

En weer een eeuw later werd de psychiatrie een aparte discipline binnen de medische wetenschap. Het was de tijd van de Romantiek, waarin het individu werd beschouwd als belangrijk en waardevol en waarin de gevoelsbeleving en het spirituele centraal werd gesteld. De eerste psychiaters vonden dat ieder individu een eigen benadering nodig had en nieuwe behandelingen als arbeidstherapie, bewegingstherapie en rollenspel deden hun intrede.

Om die reden onderging het Willem Arntsz Huis in 1793 ook een ingrijpende verbouwing. Door de nieuwe behandelingen waren de patiënten rustiger en kalmer. Daarom hoefden ze niet langer eenzaam opgesloten te zitten, maar mochten zich vrij door het huis bewegen en sliepen op zaal.

Weerloze kinderen

Niet lang daarna, in 1827, voerde hoogleraar professor J.C. Schroeder van der Kolk als regent van de Willem Arntsz Stichting, ingrijpende hervormingen door. Hij vergeleek krankzinnigen met onmondige, weerloze kinderen die moesten worden opgevoed, beschermd en behoed voor misstappen en ongelukken. Hij wilde hen ‘zoveel mogelijk leiden tot het verstand en aan de maatschappij weder schenken’. Het was hem een doorn in het oog dat het Willem Arntsz Huis ‘één van de holen des ongeluks’ was. Veel patiënten zaten opgesloten en verkommerden, het stonk ondragelijk en er waren nauwelijks sanitaire voorzieningen.

Schroeder van der Kolk deed daarom in zijn eerste rede voor het regentencollege voorstellen voor tal van bouwkundige aanpassingen, gericht op het welzijn en de genezing van de patiënten. Zo wilde hij het huis splitsen in een deel voor mannen en een deel voor vrouwen. Beide ruimtes werden opnieuw gesplitst in twee delen: één voor de geneeslijken en één voor de ongeneeslijken. Verder moest er voldoende frisse lucht in de kamers komen en moesten de vloeren schuin aflopen, zodat de ontlasting gemakkelijk door gaten in de muur naar het riool kon lopen…

Lijfstraffen

De nieuwe regent achtte orde en regelmaat in het gesticht van het allergrootste belang en er kwamen om die reden strenge omgangsregels. Ook werd het van de ene op de andere dag verboden om lijfstraffen uit te delen. Schoeder van der Kolk ontwikkelde een beloningssysteem; dat voldeed volgens hem veel beter dan het straffen van patiënten. Beloningen bestonden uit een extra stukje vlees of een kop koffie. Het nieuwe regiem bracht een stroom patiënten op gang. In 1819 telde het huis slechts dertien patiënten, in 1857 waren dat er al ruim 140. Het Willem Arntsz Huis werd zo een toonbeeld van progressieve hervormingen en kreeg van de overheid als eerste in Nederland het predicaat ‘geneeskundig gesticht’.

Rond 1900 veranderde de manier waarop wetenschappers naar psychiatrische patiënten keken opnieuw. Men begreep dat de mens complexer in elkaar steekt dan tot dus ver werd gedacht en wetenschappers als Freud onthulden het belang van het ‘onderbewuste’. Dr. W.H. Cox was in die dagen directeur van de Willem Arntsz Stichting en hij vond het belangrijk de apathie van op bed liggende patiënten op te heffen. Hij ontwikkelde een actief programma met onder meer wandelen, spelletjes, werkzaamheden, concerten en voorstellingen.

Den Dolder

Hoofdgebouw Den DolderOmdat voor die activiteiten in het inmiddels overbezette Willem Arntsz Huis te weinig plaats was, besloot Cox een buitengesticht te bouwen, met een boerderij en een recreatieterrein. Met financiële steun van de gemeente en de provincie Utrecht werd in 1911 in Den Dolder een terrein van 200 hectare gekocht, waarop de Willem Arntsz Hoeve werd gevestigd. In 1940 herbergden het huis en de hoeve samen meer dan 1300 patiënten.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog bood de Willem Arntsz Stichting onderdak aan zo’n zevenhonderd evacués van twee door de Duitsers gevorderde gestichten; een dramatische overbezetting van de twee locaties. Er braken ziektes uit en samen met kou en de gevolgen van de Hongerwinter, kostte dat zo’n vijfhonderd patiënten het leven. Door verraad werden ook nog eens 35 joodse patiënten opgepakt en gedeporteerd. Na de oorlog was het aantal patiënten dramatisch teruggelopen en was de personeelsbezetting in alle geledingen afgenomen. Het koste enkele jaren om die weer op peil te brengen.

Nieuwbouw

In de jaren na de oorlog groeide het Willem Arntsz Huis in Utrecht gestaag en werd het terrein uitgebreid met diverse nieuwe klinieken. De uitbreiding leidde in de jaren zestig tot het idee om het hele psychiatrische ziekenhuis naar een andere plek te verhuizen, maar dat leidde tot kritiek. De artsen vonden het belangrijk dat de patiënten zo dicht mogelijk bij de samenleving zouden blijven. Daarom werd er besloten to nieuwbouw. In 1970 begon de bouw van een hoofdgebouw met maar liefst zes etages, waar privacy en huiselijkheid voorop zouden moeten staan. Het nieuwe gebouw werd in 1973 officieel in gebruik genomen, maar de tweede en derde fase van de bouwplannen zijn nooit voltooid.

In 1988 raakt de Willem Arntsz Stichting in gesprek met het Christelijk Sanatorium in Zeist over een structurele samenwerking. In de nota ‘Zorg op maat’ legden zij vast hoe zij wilden komen tot een gedegen intramurale zorgverlening en een optimale bestuurlijke structuur in de regio Utrecht Midden en West. Met deze samenwerking kreeg de Willem Arnts Stichting zijn derde hoofdlocatie.

Strategische fusies

Het Woudagebouw dat in de jaren zeventig in Utrecht verrees, is door velen altijd gezien als een saaie, weinig inspirerende grijze kolos. Al snel werd er daarom gedacht aan nieuwbouw. De ontwikkelingen in de ggz en een reeks van strategische fusies tussen ggz-organisaties in de regio vereisten een nieuw gebouw en een andere inrichting van het terrein. Het besluit tot sloop en nieuwbouw werd genomen in 2000, in 2005 ging de eerste paal de grond in en het nieuwe WA Huis werd in 2008 officieel geopend.

Altrecht

Altrecht is in de 21e eeuw uitgegroeid tot een instelling voor geestelijke gezondheidszorg waar mensen met psychische problemen terecht kunnen voor specialistische hulpverlening. Het is onze missie om mensen met psychiatrische problematiek met behulp van gespecialiseerde behandeling en begeleiding zo snel en zo goed mogelijk in al hun rollen weer deel te laten uitmaken van de samenleving.